(“Atribulações de um moço de recados”)
Een van de belangrijkste schrijvers in de Portugese taal, de
Mozambikaan Mia Couto, stelt waarom de lusofone taal een andere betekenis heeft
in het Afrikaanse land, dan in Brazilië of Portugal; er worden meer dan 25 talen gesproken. Een vertaalde column uit de Portugeestalige Vogue.
Door: Mia Couto (vertaling: Joris Kleverlaan)
Ik kom met wat boodschappen en een bekentenis. Ik begin met
die laatste: ik geloof eerlijk gezegd niet dat ik, als schrijver, een
bijzondere kundigheid heb om over taal te spreken. Dit is omdat ik me
interesseer in datgene wat het taalkundige ontstijgt. De taal die mij
interesseert is die van huisvlijt, ontsnapt aan grammatica. De taal die me
bezighoudt is die, welke mij uniek, apart en eigenaardig maakt. De taal die wij
hier spreken is anders, sociaal, dat wat van ons een groep en gemeenschap
maakt.
Een van de problemen van grote schrijvers is dat hun schrijfsels
groter worden dan henzelf. Dat hun woorden na hun dood voortleven, zonder dat
ze zich nog kunnen verdedigen. Dat is ook wat er gebeurd is met de beroemde zin van
Fernando Pessoa: “A minha pátria é a lingua portuguesa”, oftewel: “mijn
vaderland is de Portugese taal.” Uitputtend geciteerd, is deze zin vandaag de
dag verworden tot een soort van vlag van de lusofonie[1].
Het zou goed zijn eerst eens beter naar die woorden van
Pessoa te kijken. De dichter schreef deze regel als zijn heteroniem Bernardo
Soares, in het Boek der Rusteloosheid. Ik zal citeren wat Pessoa schreef: “Não tenho sentimento nenhum político
ou social. Tenho, porém, num sentido, um alto sentimento patriótico. A minha patria
é a língua portuguesa. Nada me pesaria que invadissem ou tomassem Portugal,
desde que não me incomodassem pessoalmente. Mas odeio, com ódio verdadeiro, com
o único ódio que sinto, não quem escreve mal português, não quem não sabe
sintaxe, não quem escreve em ortografia simplificada, mas a página mal escrita,
como pessoa própria, a sintaxe errada, como gente em que se bata, a ortografia
sem ípsilon, como o escarro direto que me enoja indepentemente de quem o
cuspisse.”[2]
Dit schreef Pessoa. Het gaat, dus, niet om een grandioze, patriottische
verklaring. In zijn woorden ligt een arrogante misprijzing vanwege sociale en
politieke redenen. Pessoa’s woorden moeten in de context worden herinnerd
waarin ze geschreven zijn.
Bovendien is de kwestie een andere. Het is noodzakelijk om
na te denken voordat Pessoa wordt aangehaald, over wat het betekent te spreken
over de grote, Portugeestalige familie. Reden hiervoor is het feit dat in veel
landen die tot die familie behoren, de meeste bewoners het Portugees slechts
als tweede taal spreken. In Mozambique bestaan 25 talen, die niet alleen vaak
springlevend zijn, maar ook de moedertaal zijn van de grote meerderheid van
inwoners. Het idee om in het Portugees een vaderland te vinden, zal voor een
Portugees, een Braziliaan of een Mozambikaan verschillende emotionele waarde
hebben. Ook voor een Mozambikaan, die het Portugees als moedertaal heeft (wat
een minderheid betreft), zijn er gevoeligheden op dit gebied die gerespecteerd
moeten worden. De Mozambikaanse natie-staat is een recente verovering. Het is
geen gevolg van een genereus aanbod, of een verkregen erfenis.
Ik hou van mijn moedertaal, zoals elke Mozambikaan van zijn
eigen taal houdt. Het Portugeestalige territoir zou deze diversiteit moeten
respecteren. Als de taal het enige en exclusieve criterium zou zijn om tot de
lusofone familie te behoren, zou de meerderheid van Mozambikanen dus buiten de
boot vallen. Laten we Pessoa respecteren met zijn waarheden, de waarheden die
hij maakte om te fungeren als tijd, rusteloosheid en poëzie.
We moeten beseffen dat het Portugees nu door meer dan
40% van de Mozambikanen wordt gesproken, en door 7% als moedertaal wordt
gerekend. In de hoofdstad Maputo, welke zo’n 960 duizend inwoners heeft, hebben
meer dan de helft van de mensen het Portugees als moedertaal. Deze trend zien
we ook in andere steden van Mozambique. Daarbij dient aangetekend dat ten tijde
van de onafhankelijkheid in 1975, 90 procent van de Mozambikanen géén Portugees
sprak.
De recente waardering voor het Portugees mag echter niet ten
koste gaan van het rijke taalkundige erfgoed van Mozambique. De uitdaging is om
diversiteit te creëren zonder overheersing. Maar ik ben bang dat we niet echt
dichtbij die uitdaging komen. Er zijn talen die dreigen uit te sterven. Gedurende
vele jaren hebben scholen studenten verboden om binnen de schoolmuren hun eigen
taal te spreken. Tijdens de uitreiking van de Prêmio de literatura da União
Romana, sprak ik erover dat ‘de hegemonie van het Portugees als officiële taal,
niet ten koste van de overleving van andere Bantoe-talen mag gaan. In deze
multi-linguïstische context, zijn Mozambikanen hun Portugees aan het heruitvinden,
tegelijkertijd met het omgekeerde: waarbij de taal de Mozambikanen uitvindt als
collectiviteit, als onderdelen van een cultuur, klaar voor affectie en onderhandelingen
met de moderniteit.”
Genoeg zo; mijn zadeltas is maar klein. Dit zijn de
boodschappen die ik wilde delen. Eens schreef ik: “mijn vaderland is het
Portugees.” Daarbij reageerde ik tegen het misbruik van Pessoa’s woorden. Ik
herinner me dat ik, tijdens diezelfde uiting, uitriep dat ik het Portugees lief
had. Maar die liefde betreft vooral de eigenschap die het je geeft om je niet Portugees
te voelen. Ik heb de taal lief doordat het mij, en mijn landgenoten, helpt om
ons meer Mozambikaan te voelen. En zo zijn we uiteindelijk meer van deze
wereld.
- Er is om toestemming gevraagd dit artikel van Mia Couto te plaatsen. Tot nu toe is er geen reactie gekomen. Dat vinden we jammer; het liefst plaatsen we mét. Dus, heel graag ontvangen we uitsluitsel hierover.
- Er is om toestemming gevraagd dit artikel van Mia Couto te plaatsen. Tot nu toe is er geen reactie gekomen. Dat vinden we jammer; het liefst plaatsen we mét. Dus, heel graag ontvangen we uitsluitsel hierover.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten