Bij leven vertaalde August Willemsen prachtige Portugeestalige literaire werken, en liet Nederland dankzij zijn brieven- en dagboeken, media-optredens, en essayistiek kennisnemen van zijn privéleven. Na zijn dood in 2007 is er nog een enkele uitgave van zijn brieven verschenen, maar qua biografie is vooral de onvolprezen documentaire August Willemsen, de bladzij en de werkelijkheid (2022) van Frederieke Jochems die in het oog springt. Haar zoektocht naar de drijfveren van Willemsen deed beseffen dat hij enerzijds veel deelde, maar anderzijds ook een duistere, en enigmatische kant had, bijvoorbeeld waar het zijn niet te stelpen omgang met drank en vrouwen betrof. Een interessante biografische toevoeging wordt nu gedaan door John Heymans, die Willemsen's bemoeienis met vertalen uit het Papiaments als uitgangspunt neemt.
Heymans sprak Willemsen ooit tweemaal, en het waren onvergetelijke ontmoetingen voor de essayist. Het was echter een typisch Papiaments woord (watapana, door wind platgedrukte bomen) dat Willemsen gebruikte in een stuk, dat Heymans (die zijn kinderjaren op de eilanden doorbracht) op het spoor deed komen van een toch wat verrassende episode halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw. Willemsen werd gevraagd om mee te werken aan de vertaling vanuit het Papiaments van gedichten van met name Pierre Laufer (1920/1981) naar het Nederlands. Niet dat hij die taal beheerste, maar met zijn talenkennis, vertaalervaring en -status werd hem een belangrijke meerwaarde toegeschreven. Willemsen zou uiteindelijk tweemaal Curaçao bezoeken en inderdaad (in soms moeizame samenwerkingen), een bijdrage leveren aan een grootse bloemlezing van de Antilliaanse literatuur (De kleur van mijn eiland, 2006). Een bescheiden bijdrage weliswaar, maar als de naam van August Willemsen eraan verbonden is, levert het genoeg stof op voor een volwaardige uitgave, zo blijkt.
We lezen over de briefwisselingen, de openbare optredens, de werkoverleggen, de 'ontdekking' van de faxmachine die de doorloop van de correspondentie plots versnelt, en interessante discussies over het vertaalwerk: blijf je dicht bij de brontaal, of probeer je er (opnieuw) poëzie van te maken? Tegelijkertijd echter lezen we ook over de drank, die soms vrijelijk vloeit en dan werk, laat staan menselijk contact, onmogelijk maakt, en de omgang met vrouwen. Als we de chronologie van Canasta op Curaçao volgen was de intentie van AW om voor de liefde naar Australië te 'emigreren' (consequent tussen aanhalingstekens gezet door Heymans) geen aanleiding om zijn doen en laten te veranderen. Zonder op deze plek er een moreel oordeel over te vellen, zou je wat meer meningsvorming in Canasta op Curaçao wel verwachten. Je vraagt je toch af hoe de betrokkenen op Curaçao hierover dachten. Bedekten ze het met liefde, of zelfs begrip? Was de naam August Willemsen te prestigieus om niet al te kritisch te benaderen? Vragen die relevant zijn als biografisch element van iemand die werk en privé openlijk vermengde.Het is al met al een stuk levens- en
werkvertelling waar Willemsen zelf niet aan toekwam, of het misschien niet
belangrijk genoeg achtte om over te vertellen. De gedetailleerde werkwijze van
Heymans is indrukwekkend; hij weet de nodige brieven boven water te krijgen en
eigenlijk alle nog in leven zijnde betrokkenen te spreken te krijgen. De
persoonlijke noot aan zowel het begin als het einde van het boek laten zien met
hoeveel persoonlijke passie en inzet hij dit verhaal heeft aangepakt. Er
tussenin is het goed, maar zoals aangegeven soms wel wat braafjes.
Een boeiend boek, hoewel vooral voor betrokkenen en fans van Willemsen. Dat het in een oplage verschijnt van 150 exemplaren is dan ook begrijpelijk. Met dank aan Uitgeverij Fragment: het is werkelijk een prachtig vormgegeven boek geworden.
Te bestellen via: https://www.uitgeverijfragment.nl/

Geen opmerkingen:
Een reactie posten