“F”
Toen ik vijfentwintig jaar oud was, dacht ik dat ik al veel
dingen had gezien. Ik was aanwezig bij een onthoofding, twee verwurgingen, een
castratie, drie doden als gevolg van een val van grote hoogte, een versplinterde
schedel door een kogel uit een luchtbuks, rijke en belangrijke mensen,
ingestort te midden van een groep mensen door een salvo uit een geweer, een
ex-nazi met een niet bepaald toevallige hartaanval, een pedofiel kapot gevallen
op de bodem van een liftschacht, en zo nog een dozijn kille en verstijfde
gezichten, liters bloed en koffers vol contanten. In die tijd bezag ik dit alles
met trots: hoeveel meiden van mijn leeftijd konden zeggen dat ze dit alles
hadden meegemaakt? De meerderheid had nog niet eens het kadaver van hun
gestorven opa, rustig in zijn kist, gezien. Tegelijkertijd – en het kan lijken
alsof ik afdwaal en het onderwerp ontwijk -, had ik toen nog niet Citizen Kane,
van Orson Welles, gezien, volgens veel critici de beste film ooit uit de filmgeschiedenis.
Opmerkelijk genoeg geregisseerd, geproduceerd én geacteerd door Welles toen hij
nog een jongeman was van precies vijfentwintig, een leeftijd waarop ik
gedwongen werd om Citizen Kane voor het eerst te zien. Het was 1985 en Orson
Welles zou op 10 oktober van dat jaar sterven.
Vertaling: Joris Kleverlaan
Geen opmerkingen:
Een reactie posten