Het is de afgelopen jaren wel een beetje beholpen wat
betreft de aanvoer van boeken van Braziliaanse schrijvers. Voorheen hadden we
op gezette tijden een klassiek werk dankzij August Willemsen, en nu hebben we
gelukkig Harrie Lemmens die regelmatig een nieuw boek vertaalt. Tegelijkertijd
vertaalt Lemmens ook boeken uit Portugal, en bovendien lang niet altijd van
jonge schrijvers. En nu er in Nederland geen mogelijkheden meer zijn om op
universitair niveau deze prachtige taal te studeren, zal er in de toekomst
weinig verbetering in deze situatie komen. En zie daar dan ook een van de
redenen om de Stichting August Willemsen op te richten!
Nu was de initiatiefnemer van de stichting, en schrijver
dezes, op pad in Brazilië om inspiratie en contacten op te doen. Zo sprak ik met
uitgeverijen en jonge schrijvers. Bij toeval waren twee van hen in 2012
opgenomen in een selectie gemaakt door het Engelstalige tijdschrift Granta van
jonge, veelbelovende, Braziliaanse schrijvers. Nu is het boek van Daniel Galera
inmiddels vertaald door Harrie Lemmens en onder de titel ‘Door bloed
doordrenkte baard’ verschenen bij uitgeverij Atlas. Binnenkort zullen we op dit blog aandacht
schenken aan dit spannende werk. Nu wil ik het graag even hebben over die
andere schrijver, Antônio Xerxenesky. Hij gaf me zijn tweede, en laatste boek,
genaamd “F”, en vertelde wat over het werk; de reden dat hij voor een
vrouwelijk hoofdpersoon koos (dat paste beter bij de emotionele ontwikkeling
van het personage) en hoe hij het verhaal over twee perioden in het verleden verdeelt. F is inmiddels aan een tweede druk toe, en wat mij betreft
volledig terecht. En waar Xerxenesky eerste boek inmiddels naar het Engels
vertaald is, en de filmrechten van F verkocht, verdient dit boek zeker ook
vertaling naar het Nederlands!
Op de eerste bladzijde van “F” geeft Xerxenesky een soort van
samenvatting van het boek. Ana, de hoofdpersoon, heeft al heel wat gruwelijks
gezien, ‘zelfs’ voordat ze de film Citizen Kane heeft gezien. De lezer vraagt
zich af wat het één met het ander te maken heeft, en de schrijver
verontschuldigt zich bijna over deze twee op het oog losstaande feiten, maar het
maakt de lezer tegelijkertijd geïntrigeerd genoeg om de bladzijde om te slaan.
Wat volgt is een wonderlijk boek over een huurmoordenaar die van een
geheimzinnige stem opdrachten krijgt. Ana, de huurmoordenaar, is een topper in
haar vak en zit niet om opdrachten of geld verlegen. Tot op zekere dag, wanneer
zich de grootste uitdaging tot dan toe aan doet. Tegen het decor van de jaren
tachtig, inclusief donkere danspartijen op muziek van Joy Division en Depeche
Mode, en de films van Orson Welles, begint een proces van grondige
voorbereiding om een waar kunststukje uit te halen; een van de meest besproken
figuren uit Hollywood en mogelijk beste filmregisseur aller tijden, vermoorden.
Maar dan wel, zoals gebruikelijk, zonder dat het er uitziet als moord.
Een van de verassingen van dit boek is toch wel hoe de
hoofdpersoon, ondanks haar koude, meedogenloze uitvoering van gruweldaden, toch
ook sympathie oproept. Of het komt door haar liefdeloze vader, die zich
vergrijpt aan haar zusje en nog veel meer op z’n geweten blijkt te hebben, of
doordat zij zelf ook veel moeite heeft om liefde en vriendschap te delen, laat
staan dat ze over haar werk zich natuurlijk niet open kan uitlaten: wat
overblijft is een gewetenloze killer, die tegelijkertijd medelijden oproept. Een
killer die emotioneel nog een puber lijkt te zijn; juist door haar (emotionele)
eenzaamheid kon ik mij soms niet aan de gedachte ontrukken dat ik bijna hoopte
dat ze zou slagen in haar missie om Welles te vermoorden. Ook omdat je geen
moment het idee hebt dat ze andere keuzes zou kunnen maken. ‘Ik weet zeker dat
ik deze weg moet bewandelen, dat er geen uitritten zijn, ... er loopt slechts
een rechte lijn van A naar B, die onder een microscoop bekeken bochtjes blijkt te hebben. Dit verhaal is dan ook niet meer dan een deel van deze lijn, een deel
dat afgesloten moet worden.’ Nu ben ik niet vaak, zeg maar gerust nooit, op het
soort morbide gedachten te betrappen dat ik hoop dat een moord gaat lukken (dat
wens ik mijn ergste vijanden nog niet toe) , dus best verrassend waar dit boek
van Xerxenesky je op doet uitkomen. Sowieso is het een hoogst origineel verhaal
dat leest als een trein. Morgen een (onofficiële) vertaling van de
eerste pagina.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten