zondag 25 september 2016

Leandro Maia's Guimarães Rosa

Eind maart 2016 speelde de Braziliaanse singer-songwriter Leandro Maia het Teatro Munganga in Amsterdam plat. Samen met meestergitarist Thiago Colombo liet hij, op uitnodiging van Stichting August Willemsen, een selectie van zijn liedjes horen, waarvan een aanzienlijk aantal direct geïnspireerd is op de grote Braziliaanse literaire werken, zoals die van João Guimarães Rosa. In het kader van het aankomende Rosa Festival (21 en 22 oktober, zie link) heeft Leandro opgeschreven wat die inspiratie was en hoe het vorm kreeg in zijn muziek. Hieronder zijn verhaal, met links naar de bewuste liedjes.

door: Leandro Maia (vertaling: Joris Kleverlaan)

Diadorim

Leandro Maia
Van alle personages van Rosa, is Diadorim, uit de roman Diepe Wildernis: de wegen, de meest complexe en meest emblematische. Ik ben van mening dat met het personage het vrouwelijke leiderschap wordt geïntroduceerd in Brazilië, voortgezet, dan wel geopenbaard wordt. Leiderschap dat soms onzichtbaar is,of gemaakt wordt. In die zin lijkt het traject dat het personage gedurende het boek aflegt die draai voor te stellen. In een deel van het boek voorkomt Diadorim dat Riobaldo het leiderschap van de groep op zich wil nemen, wat wijst op een zekere bescherming, maar tegelijkertijd ook met de bedoeling dat het leiderschap van Diadorim door allen wordt aanvaard. Binnen de groep cangaçeiros1 onderscheidt Diadorim zich van de anderen door grootse inzichten. We beseffen, op het eind van het verhaal, de centrale plek die het vrouwelijke component in het karakter heeft.



Wat mijn liedje betreft, wordt Diadorim geboren, of geïntroduceerd, met gitaar, gecomponeerd toen ik nog in Londrina woonde in 2009. De geest van de melodie leidde me naar het cangaçeiro-leven en van daaruit naar Diadorim. De zorgen om de strijd tussen God en de Duivel en de aanwezigheid van de demon staat centraal in het lied, Rosa reflecterend. Het begin "Deus é todo certeza, mas o diabo é quando há certeza demais" (“God is alles zekerheid, maar het is de duivel als het al te zeker is”) is een vermomde aanklacht tegen het religieuze/evangelische fascisme dat tegenwoordig in Brazilië bestaat. De uitroep ‘perigo, amigo, é amar’(‘gevaar, vriend, is liefhebben’), komt van Rosa’s ‘Viver, amigo, é perigoso’ (‘leven, vriend, is gevaarlijk’). De verteller van het lied is Riobaldo zelf. Het refrein ‘Diadorim, quem é você’ (‘Diadorim, wie ben je?’) is het accent van het hele boek, misschien wel het grote mysterie. Het mysterieuze zit ook in het tweede couplet, behoorlijk subjectief en beeldend. Het derde couplet is een eerbetoon aan de uitdrukking van Rosa uit het boek Sagarana, als ik mij niet vergis tenminste,: ‘o vento aeiouava’ (vert: dit is een mooi voorbeeld over hoe Rosa taal uitvond, ofwel juist in oorspronkelijke vorm terug bracht. ‘aeiouava’ lijkt een poging om zoveel mogelijk klinkers achter elkaar te zetten, maar het lijkt ook een onomatopeïsche wijze van het beschrijven van het geluid dat wind maakt.) Het is een van de mooiste uitdrukkingen uit de Braziliaanse literatuur in referentie tot het geluid van wind. Het herinnert mij aan het ‘de rust van het alleen zijn’ gehoord door een personage van Érico Veríssimo.2



Outras Veredas
Suite Maria Bonita’ is een lied met Rosiaanse inspiratie waarin Maria Bonita3 bepaalde eigenschappen krijgt van Diadorim, misschien versmelten ze wel, waardoor de archetypische vrouwelijke krijger ontstaat. Ik geef toe dat dat een bepaalde betekenis krijgt in de huidige cultuur van Brazilië, vooral de politieke. Het vrouw-zijn van Dilma heeft een grote rol gespeeld in de coup tegen haar presidentschap. De term ‘presidenta’, bijvoorbeeld, is met neerbuigendheid en vooroordelen gebruikt. In Suite Maria Bonita gebeurt de transformatie van het meisje uit de Sertão, die er van droomde de zee te zien, tot krijgster die in hinderlaag sterft in de sertão van Sergipe. In mijn verhaal, dat fictief is, belooft Lampião aan Maria Bonita de zee, waar hij niet is. Alle steden en streken die in het lied voorkomen hebben niets met de zee, terwijl Lampião ze noemt als van Maria-van-de-zee. Zee zou wel eens het meest gezongen woord kunnen zijn uit de Portugese taal, vooral wanneer we Dorival Caymmi en de liedjes over capoeira als snelle, voor de hand liggende referentie nemen. ‘Mar’ is een duidelijk, éénlettergrepig woord met eindeloze mogelijkheden tot rijm. Een soort joker uit de taal. En daarmee kun je allerlei taalspelletjes spelen, zoals ‘amar, teimar, etc’, wat als vanzelf gaat. In Suite Maria Bonita, stel ik me voor de menselijkheid te vieren gezien vanuit de positie van vrouw. Deze menselijkheid die leidt door onzekerheid, maar ook durf. ‘De waarheid die ik dacht te kennen, bestaat niet, is er niet, ik weet niet waar ik het vandaan haalde.’
Outras Veredas (via Youtube)

História de nós dois

In dit lied worden Diadorim en Riobaldo meer letterlijk geciteerd en deze citaties nemen een centrale plaats. Het vergelijkt liefdesrelaties met hinderlagen zoals uit de sertão. Het is een lied dat met het lezen van literatuur speelt en met verschillende liefdesgeschiedenissen uit de Portugese en Spaanstalige literatuur. Érico Veríssimo, Cervantes, en Rosa zijn voorkomende schrijvers.


Verschillende andere liedjes kennen Rosiaanse invloeden, in beelden, of in bedachte taalvormen. In ‘Luzidia’: passarinha, vereda (vert: bekende woorden uit Rosa’s werk); zanger Victor Ramil presenteert ons een ‘eu-nuvem’ (vert: ik-wolk) die wolkig klinkt. Het thema van het lied ‘Molly Bloom’ speelt met het woord ‘ser’ (zijn) en sertão.

Passarim Miguelim

Het lied Passarim Miguelim heeft een interessant verhaal. Het was een gitaarmelodie van Thiago Colombo en het heette Pelotas-Poa, naar de busreis tussen Pelotas en Porto Alegre die hij vaak maakte. Ik begon de tekst met de intentie om over een liefdesgeschiedenis te vertellen van een man die een vogeltje hoorde fluiten en, daardoor afgeleid, over zijn toekomstige liefde struikelt. Het lied stelt dan ook een behoorlijk intens traject voor, maar uiteindelijk kwamen de woorden vrijwel vanzelf, en kwamen Miguilim en Mutum voorbij, en bleef het intense deel voorbestemd voor het conflict tussen Miguilim en zijn vader waarbij hij zijn speelgoed en de vogelkooi stuk maakt. Ik raak behoorlijk geëmotioneerd van het einde, met daarin een soort uitroep waarin we het einde van de kindertijd herkennen, maar met het vogeltje dat door blijft zingen. Deze referentie aan vogels kwam voor mij direct van de gitaar, van de scherpe en korte tonen uit de melodie, vooral ook door de akkoordenreeks die in de verte doet denken aan Blackbird van de Beatles. 

Tresavento

Tresavento is mijn laatste Rosa, ook samen met Marcelo Delacroix gemaakt. Marcelo kwam naar mij toe met het eerste deel en hij gaf me het korte verhaal ‘Tresaventuravan Rosa te lezen. Ik vond het geweldig’. We hebben het lied in de nachtelijke uurtjes afgemaakt, in een emotioneel en chaotisch proces. In het lied, zochten naar het omzetten van het verhaal naar een lied. In het verhaal staat de confrontatie met een cobra centraal en wordt het gevoel van bekrachtiging van Maria-euzinha gevierd. (vert: dit nummer is zo nieuw dat er nog geen goede opname van bestaat)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Cartas Brasileiras weer verkrijgbaar!

Cartas Brasileiras bij ons te verkrijgen! *Nu weer beschikbaar

Uitgeverij Arte e Letra uit Curitiba, Brazilië, heeft weer een doosje boeken toegestuurd. Dus, vanaf nu verkrijgbaar: Cartas Brasileiras, de...