Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen

dinsdag 31 december 2019

nieuwjaarsgedicht: Fernando Pessoa

Het begint zo langzamerhand een traditie te worden: elk jaar publiceren we een Portugeestalig gedicht over Oud en Nieuw. Na eerdere afleveringen met Mario Quintana en Carlos Drummond de Andrade is nu de beurt aan niemand minder dan Fernando Pessoa. Nu is zo ongeveer alles van Pessoa al vertaald, door ofwel August Willemsen of Harrie Lemmens, maar konden we dit gedicht niet zo snel vinden vanaf ons vakantieadres. Dus, zelf maar even in de vertaalhouding gesprongen. Hier volgt Ano Novo, en ondanks de les uit het gedicht zelf, wensen wij iedereen gewoon een fantastisch nieuwjaar toe!


Nieuwjaar (vert. Joris Kleverlaan)

Fictie dat er iets beginnen zou!
Niets begint: alles duurt voort.
In de vloeiende, onzekere, mysterieuze essentie van
het leven, stroomt het naakte water.
De krommingen van de rivier verbergen slechts de stroming.
Dezelfde rivier stroomt daar waar hij zichtbaar is.
Beginnen begint slechts in gedachten.



Ano Novo

Ficção de que começa alguma coisa!
Nada começa: tudo continua.
Na fluida e incerta essência misteriosa
Da vida, flui em sombra a água nua.
Curvas do rio escondem só o movimento.
O mesmo rio flui onde se vê.
Começar só começa em pensamento

dinsdag 18 augustus 2015

toekenning Martinus Nijhoffprijs 1983


Opvallend snel nadat zijn eerste vertaling het licht had gezien ontving August Willemsen in 1983 de Martinus Nijhoffprijs voor zijn gehele oeuvre van vertalingen. De jury bewonderde Willemsen's toewijding om als een (van de weinigen) een geheel taalgebied voor zijn rekening te nemen. Ze noemde dit in haar aanbeveling dan ook een 'belangrijke culturele daad.'
En alhoewel de jury anoniem was voor wat betreft de toekenning, liet ze ook zien dat ze niet geheel doof was voor eventuele kritiek. Zo zou Willemsen's vertaling van Pessoa niet altijd even goed zijn vanwege het feit dat hij consequent ervoor kiest om rijmende poëzie, rijmend te vertalen, wat niet altijd geslaagd overkomt. Een tweede punt is het taalgebruik van Willemsen dat soms deftig en ouderwets overkomt. Maar, zo verzucht de jury opgelucht: 'eigentijdse smakeloosheden ontbreken bij Willemsen.'
Voor de volledigheid: in de geschiedenis van de Martinus Nijhoffprijs (voor het eerst uitgereikt in 1955, en dus 60 jaar oud) is het overigens nog een keer voorgekomen dat een vertaler uit het Portugees werd gelauwerd. In 1958 werd de prijs uitreikt aan Dolf Verspoor voor vertalingen van moderne Nederlandse poëzie in het Frans en van Spaanse, Italiaanse en Portugese poëzie in het Nederlands.

Met toestemming van het Prins Bernhard Cultuurfonds (organisator van de Martinus Nijhoffprijs) mogen we hier het juryrapport weergeven. Het betreft niet het gehele rapport, maar de belangrijkste delen daaruit. De haakjes [] laten zien waar tekst is weggelaten. Binnenkort volgt het dankwoord van August Willemsen zelf.


"Jacques Vaché schreef eens in een brief aan André Breton: 'Rien ne vous tue un homme comme d'être obligé de représenter un pays.' (Niets zo moordend als verplicht te zijn een land te vertegenwoordigen).
Er is in de loop der tijden door personen die de eer van een land vertegenwoordigen vaak geklaagd over de druk die uitgaat van zo'n opgelegde of vermeende taak. Misschien moet die uitspraak in het geval van Vaché strikt letterlijk worden bezien in het perspectief van de loopgraven waar hij zijn vertegenwoordigerschap uitoefende, maar de zwaarte van de verplichting is ook ruimer op te vatten. Dat deed de Argentijn Cortázar bijvoorbeeld, toen hij Vaché 's verzuchting koos als motto bij wat zijn beroemdste roman zou worden.
Dat een dergelijk zaakwaarnemerschap ook kan drukken op een vertaler die als enige of nagenoeg enige een bepaald gebied voor zijn taalgenoten ontsluit, ligt voor de hand, vooral als hij dit lang genoeg volhoudt, zodat zijn publiek hem ten slotte gaat vereenzelvigen met zijn missie. Op dit punt moeten wij vanavond in het bijzonder denken aan August Willemsen, die hier niet voor niets als een van de eregasten uitgenodigd is. Al tien jaar of langer prijkt zijn naam naast die van Portugeestalige auteurs die hij in het Nederlands representeert. In de ogen van de jury leveren die namen een ravissant rijtje op.

Willemsen vertaalt niet alleen, hij brengt zijn auteurs ook aan de man in artikelen en nawoorden. Sommige van de nawoorden mogen rustig 'studies' worden genoemd en verdienen, volgens kenners, zonder meer op hun beurt in het Portugees te worden vertaald en uitgegeven. []
Voelt Willemsen zich een vertegenwoordiger of misschien wel dé vertegenwoordiger van de Portugeestalige  literatuur in Nederland? Het lijkt er op.[] Weliswaar mag hij, blijkens de hartstocht waarmee hij zich in zijn auteurs verdiept, bijna zwichten voor identificatie, zijn streven lijkt er toch steeds op gericht kritische afstand te bewaren. Die paradoxale combinatie is het geheim van de goede vertaler.

Met August Willemsen wordt vanavond het belangwekkendste vertaalinitiatief van één man bekroond dat sinds geruime tijd in Nederland werd ontplooid. De dichters en prozaschrijvers die hij vertaalde waren tevoren geen van alle meer dan sporadisch aan bod gekomen. Inmiddels zijn de namen van enkelen van hen tenminste in literaire kringen bekend en, wat meer zegt, geliefd. Of Willemsen gebukt gaat onder zijn pioniersmissie weten wij niet en willen wij, [], niet werkelijk weten, maar wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat hij, behalve een begenadigd, ook een bevoorrecht vertaler is. Vertalen is nu eenmaal een zeer intense manier van lezen en dan wil je ongetwijfeld, graag iets goeds lezen. Veel vertalers moeten het met minder doen.
[]
De grote sensatie wat de poëzie uit Brazilië aangaat,bereikte ons in 1980, toen hij bij de Arbeiderspers een technisch zeer fraai verzorgde, tweetalige bundel van de grote Carlos Drummond de Andrade uitkwam, dat wil zeggen, links Drummond en rechts Willemsen. Een boeiende krachtmeting.[]
De uitgave van Drummond de Andrade was de tweede in haar soort. in 1978 verscheen in een identieke, gelukkige vorm een bloemlezing uit de poëzie van de Portugees Fernando Pessoa. [] Uit Portugal waren, scheen het, minder spectaculaire verrassingen te verwachten dan uit Brazilië, maar met Pessoa kregen we niet minder dan vier dichters in één. [] Pessoa bedacht, naast zijn eigen naam, zijn orthoniem, drie heteroniemen, die hij een onafhankelijk dichtersleven liet leiden en in één geval zelfs liet streven. [] [Deze] welbewuste maskerade, het veinzen, komt tot uitdrukking in de volgende verzen die ook kunnen dienen als voorbeeld van een zeer geslaagde vertaling: het is de beginstrofe van het onder eigen naam geschreven 'Autopsychografie', uit 1931:

De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.

Wie deze vertaling met het Portugees vergelijkt ziet een verbluffende overeenkomst in opbouw van het klank- en rijmpatroon.

Trevisan, Guimarães Rosa, Drummond de Andrade, Cabral de Melo Neto, Bandeira en naar het schijnt in de nabije toekomst, Machado de Assis. [] Het lijkt de spreekwoordelijke goudmijn waaruit vóór Willemsen door Nederlanders nauwelijks was geput. Willemsen heeft door dit baanbrekende werk aan te durven en zich er met verve van te kwijten een belangrijke culturele daad verricht. Zijn wijze van representeren overtuigt door onmiskenbare deskundigheid en liefde; zijn veelzijdigheid - hij vertaalt proza en poëzie, van Portugese en Braziliaanse auteurs, en hij schreef als begeleidend materiaal polemische boutades én doorwrochte studies - belooft nog veel goeds voor de toekomst.

Het is op grond van deze overwegingen, dat de jury unaniem heeft besloten August Willemsen voor de Marinus Nijhoff Prijs 1983 voor te dragen."


Het volledige juryrapport is op verzoek bij de Stichting August Willemsen te verkrijgen.

zaterdag 27 juni 2015

mini-college Fernando Venâncio: Pessoa in de Nederlanden

door: Fernando Venâncio *

Er rijden trams in Lissabon. Steeds minder, dat wel. Van de tientallen tramlijnen die Lissabon vijftig jaar geleden telde, zijn er nog maar drie over. Vroeger, in de tijd van Fernando Pessoa waren de Lissabonse trams bezit van een Engelse maatschappij. Binnenkort zullen ze eigendom worden van een Spaanse firma met Mexicaans kapitaal. Welnu: van de drie overgebleven lijnen gaat er een naar Prazeres, een begraafplaats. Daar ligt inderdaad het Cemitério dos Prazeres, en August Willemsen vertaalde dat met 'Begraafplaats der Lusten'. Grappig. Eigenlijk té grappig, lieve meester. Het gaat om «Nossa Senhora dos Prazeres», 'Onze Lieve Vrouwe der Vreugden', niet om ándere, rare pleziertjes. De rooms-katholieken onder u zullen zojuist een innerlijke vreugdedans hebben beleefd, denkend aan de 7 Vreugden van Jezus' Moeder, die helaas wiskundig werden getemperd door haar persoonlijke 7 Smarten. Op dat kerkhof heeft Pessoa precies een halve eeuw gelegen. Van 1935, toen hij daar werd begraven, tot 1985, 50 jaar later. Toen zijn zijn resten naar het grote klooster van de Jerónimos verhuisd.  


Dat sterfjaar 1935 heeft me altijd verbaasd. Niet alleen omdat Pessoa dán op de jonge leeftijd van 47 jaar is overleden, maar omdat slechts elf jaar later ik zelf in de straat ben gaan wonen waar hij zijn laatste jaren heeft gewoond. Die lange, rechte, toen moderne Rua Coelho da Rocha, midden in Campo de Ourique, één van de meest gezellige wijken van Lissabon. We hadden dus... Ik had... Pessoa en ik... Nou, hoe oud (ik was nog maar twee) had ik moeten worden om een beginnend besef te krijgen...? Maar toch. Ik had in die straat nog iets spiritueels, iets elektrisch, iets holografisch kunnen opsnuiven van die grote bewoner. Maar niets is minder waar. Helaas. Het leven is zóveel minder romantisch dan het had kunnen zijn.

Het werkelijk treurige feit is echter dat, zelfs later, nog 20 jaar na Pessoa's dood, het besef van zijn grootheid onder Portugezen, óók onder geleerde Portugezen, nog miniem was. In 1950, toen criticus en Pessoa's vriend Gaspar Simões een omvangrijke biografie van de schrijver publiceerde, werd nog gefluisterd «Moet dat echt?» Pas tegen 1960 begon men te ontdekken wat een groot schrijver onder ons had geleefd.

De zaak lag zelfs nog gecompliceerder. Pessoa was wél al die tijd bekend gebleven in een kleine kring; die van de intellectuelen die het Salazar's regiem steunden, of daar geen last van leken te hebben. Salazar (dat moet gezegd worden) was zelf ook een intellectueel, zij het dat op cultureel gebied hem niet veel interesseerde. Wel had hij een soort officieus ministerie van cultuur, gerund door António Ferro, een kosmopoliet, bewonderaar van het Italiaans fascisme, toen nog te verkopen als een moderne, letterlijk 'futuristische' ideologie. Ook bewonderde Ferro het werk van Pessoa en van de schrijver en schilder Almada Negreiros. In 1934 (Salazar's dictatuur was net begonnen) kreeg Ferro het voor elkaar dat Pessoa een belangrijke literaire prijs ontving voor zijn werk Mensagem. Maar juist die prijs en die nabijheid met de dictatuur hebben Pessoa verdacht gemaakt in de ogen van links, zeker toen later, in de jaren 40 en 50, in Portugal de literaire productie gedomineerd werd door het communistisch geïnspireerde Portugese neorealisme. Zoals Michaël Stoker, de jongste Pessoa-kenner in Nederland, het stelt: Pessoa was, méér dan een dubieuze, een uitgesproken rechtse, elitaire figuur. Dat is zeker waar. Daar staat tegenover dat hij sterk antikerkelijk was, en in moreel opzicht ruimdenkend. Hij verachtte bovendien de dictator Salazar, en wel omdat hij hém een omhooggevallen, benepen boerenlul vond. Feit is dat al deze dubbelzinnigheden 40 jaar later, ten tijde van de Anjerrevolutie van 1974, geen rol meer speelden. Pessoa's werk was inmiddels erkend en bejubeld in binnen- en buitenland.

Mensagem, 'Boodschap'. Het zou het enige boek blijven dat Pessoa in drukvorm heeft kunnen zien. Ik bezit zelf een exemplaar van die eerste, beperkte druk. Ik vertel het u kort. Toen Guus in 2001 in Amsterdam zijn boek over Australië kwam presenteren, vroeg hij mij om mijn gegevens. Hij zou die gebruiken om in zijn testament te laten bepalen dat zijn boeken met betrekking tot Portugal, aan mij werden nagelaten. Zo'n vraag leek me zo irreëel (je vrienden gaan nooit dood, jijzelf trouwens ook niet) dat ik daar geen werk van heb gemaakt. Toen hij was overleden, bleek dat hij die boeken aan het Portugese instituut (instituutje...) aan de Universiteit van Amsterdam had nagelaten. Waaronder deze Mensagem, met handgeschreven opdracht van Pessoa, door hem getekend en gedateerd 13 januari 1935, het jaar van zijn dood dus. Na Guus' overlijden zorgde Bauke Marinus, de onberispelijke, toegewijde executeur testamentaire, ervoor dat dat gedeelte van het nalatenschap inderdaad naar 'Portugees' ging. Mijn directe baas bij Europese Studies, de geleerde professor Joep Leerssen, kreeg deze waardevolle band en bewaarde die achter slot en grendel. Op de dag dat ik mijn afscheidscollege gaf aan de UvA, januari 2010, verraste hij mij met een absoluut formidabel geschenk: dit boek. Nu weet ik niet hoeveel Guus zelf daarvoor heeft betaald aan de Livraria Camões, aan de Rua da Misericórdia, de Barmhartigheidsstraat, in de Lissabonse wijk van boekenantiquariaten. Een gaaf exemplaar van Mensagem met opdracht zal vandaag de dag op een veiling makkelijk € 4 à 5.000 opbrengen. Maar helaas. In dit exemplaar ligt over de naam van de opgedragen een zwarte balk, en zoiets devalueert het exemplaar enorm. Zover ik weet is het toch nog zo'n € 1000 waard is. Maar wees niet bezorgd: ik zal het voor altijd bij me houden. Boekenfetisjisme? Ok. Boekenfetisjisme. En, als je bedenkt dat aan dit exemplaar August Willemsen én Fernando Pessoa hebben gezeten, dan komt de fetisjist in mij geheel aan zijn trekken.

Pessoa in Lissabon
Laat ik het kort en bondig stellen: zonder August Willemsen zou Pessoa in Nederland een heel ander bestaan hebben geleden. Het is moeilijk voor te stellen dat een andere dan déze vertaling van zijn poëzie dezelfde glans, dezelfde elegantie, dezelfde kracht had bereikt. Maar dat niet alleen. Willemsen's aanstekelijke bewondering voor zijn auteur (noem het gerust bezetenheid) is op z'n minste net zo doorslaggevend geweest. Het begon al in de nawoorden bij de vertalingen; iedere keer een voorbeeld van brede kennis en diepe inzichten én steeds een juweel van essayistisch proza. Guus was een subliem stilist. Dan de persoonlijke interesse, de nooit te bevredigen nieuwsgierigheid voor Pessoa die hem altijd hebben bewogen. Een voorbeeld. In de winter van 85-86 heeft hij alle 16 adressen waarop de dichter in Lissabon heeft gewoond, één voor één opgezocht. We weten het, omdat hij er uitgebreid over vertelt in een artikel in de bundel O Lissabon, mijn thuis, uit 1995, uitgegeven door Bas Lubberhuizen. En bij die bezoeken bemerkte hij iets dat alleen een zeer verwante ziel zou zijn opgevallen: al die huizen die Pessoa heeft bewoond zijn banaal, nietszeggend, maar het huis daartegenover bruist van leven of althans van kleur. Merkt Willemsen dat op omdát het gegluur naar andermans geluk een steeds terugkerend scenario is bij Pessoa? Wellicht. Maar dan moet je dit én bij de auteur hebben opgemerkt én met een oplettend oog langs die adressen zijn gegaan én simpelweg zo'n verband kunnen leggen. Dat doet alleen een grote geestverwant.     

Aan die bundel over Lissabon uit 1995, in 2003 herdrukt, werkten Guus mee met 6 teksten, Arie Pos met twee en verder (in volgorde van verschijning) Ike Cialona, J. Rentes de Carvalho, Francine Stoffels, Wim Wennekes, Anton Berden, Monica Jansen, deze spreker hier en Harrie Lemmens. Het is een mooi boek geworden.

In bovengenoemd artikel, «De voorbijganger aan zichzelf» (een titel geleend van Pessoa), wordt geconstateerd dat er in Pessoa’s werk twee Lissabons bestaan. Dat van zijn kinderjaren, d.w.z. van vóór zijn vaders dood en het vertrek naar Zuid-Afrika, en het Lissabon van na zijn terugkeer in 1905 en wel tot 1935, in welke hij de stad praktisch nooit meer heeft verlaten. Beide Lissabons, stelt Willemsen, zijn steden waarbij de dichter niet 'hoort', waarin hij een 'zinloze voorbijganger' is, een 'vreemdeling hier als overal' (citaten uit Pessoa's werk). Zelfs het Lissabon, het gedetailleerde Lissabon van Het Boek der Rusteloosheid, is een dromerige stad, ook daarin, schrift Guus, blijft Pessoa «de bewoner van het denkbeeldige».

Het Boek der Rusteloosheid werd vertaald door Harrie Lemmens in 1990. Lemmens heeft zelf deze uitgave samengesteld. Zoals bekend, liet Pessoa in zijn beroemde kist, zo'n 30.000 snippertjes met aantekeningen, korte of minder kortere tekstjes verzameld, bedoeld voor een boek dat hij ooit had willen uitschrijven. Twee weken geleden ontmoette ik Lemmens in Lissabon en daar hoorde ik dat er net een nieuwe, herziene (d.w.z. langere) versie van Het Boek bij De Arbeiderspers is verschenen.

In een ander artikel van Willemsen, «Fernando Pessoa in de Nederlanden», te vinden in de bundel Het hoge woord. Beschouwingen en boutades, uit 1994, vertelt hij uitgebreid over de doorbraak van Pessoa in Nederland en Vlaanderen na het verschijnen van de Gedichten in 1978, tegenwoordig in 11e druk. (Maar hij herinnert ook aan de openbare les, in 1959, van zijn leermeester professor de Jong, Fernando Pessoa, of het veelvoudig dichterschap). Waarom vertelt Guus zelf dat lange succesverhaal waar hijzelf aan de bron heeft gestaan? Omdat, schrijft hij, niemand anders het deed en hij alle gegevens bij elkaar had. Reden genoeg dus. Een aantal van die gegevens.

De eerste «volwassen» recensie van de Gedichten was van Gerrit Komrij in december dat jaar, 1978. Gaandeweg wordt de algemene verbazing groter, die wordt verwoord in deze of andere termen: 'Hoe is het mogelijk dat een zo groot dichter bij ons zo onbekend is?' Ook De anarchistische bankier wordt in 1980 aangenaam ontvangen, net als Ode van de zee in 1981.

Guus vertelt ook over de film van Kees Hin en K. Schippers van 1982. Een klein tijdsbeeld: ik stuurde over de film meteen (toen nog vanuit Nijmegen) een bericht naar Lissabon. De prachtige titel «De vraag op het antwoord» (A pergunta à resposta) verscheen in de krant, afschuwelijk saai, als 'A pergunta e a resposta'... Gezegd moet worden dat ik de tekst per telex heb gestuurd en dat mijn poging om een 'accent grave' aan te geven niet werd begrepen.

Ook herinnert Guus aan de poëzievoordrachten van de Vlaamse Leen Vermeiren in die jaren 80. Ik heb zelf een paar van haar shows gezien, en die waren absoluut indrukwekkend. Maar nogmaals: de vertalingen van Willemsen nodigden uit tot zo'n taalfeest. Er waren ook toneelstukken op teksten van Pessoa. En dan noemt hij niet eens de op de Ode van de Zee gebaseerde toneelstukken, waarvan ik twee heb gezien.

En hoe zit het tegenwoordig? Is er leven na August Willemsen? Kan Pessoa in Nederland voortleven na de dood van zijn profeet? Ik denk van wel. Wij zelf zijn daar al een bewijs van. Maar we zijn niet alleen.

Michaël Stoker, directeur van Het Literatuurhuis in Utrecht, is in 2013 aan de Utrechtse universiteit gepromoveerd op een dieptestudie van het Boek der Rusteloosheid. Ook hij is een Pessoa-bezetene, zoals o.a. blijkt uit een lang en zeer boeiend interview dat hij in 2013 gaf op Radio 1 aan Lex Bohlmeijer. U kunt het terugluisteren. Google NCRV "michael stoker" en u krijgt het meteen. Neem de tijd, want het is, zoals gezegd, een lang interview, over bijna twee uur uitgespreid.

Wat daarin opvalt is dat er bij Stoker een soort herontdekking plaatsvindt. Hij verwijst uit zichzelf op geen enkel moment naar de voorgeschiedenis van Pessoa in Nederland. Alles lijkt opnieuw te beginnen, Pessoa is voor de huidige generatie blijkbaar opnieuw een openbaring. Er is sprake van een persoonlijke beleving van Pessoa, zoals in de goede ouwe tijd. Als het u te zweverig wordt, bedenk dan dat een element van irrationaliteit bij Pessoa nooit ver weg is.

Michaël Stoker heeft verder ook een boek over Pessoa gepubliceerd, Mijn fictie vergezelt mij als mijn schaduw (Uitgeverij IJzer, 2008), dat ik helaas nog niet ken.

Tijdens dat programma luisteren we naar een aantal liedjes die op teksten van Pessoa zijn gecomponeerd: de Portugese fadozangeressen Mariza, Mísia en Cristina Branco, maar eveneens Frank Boeijen met «Wanneer de lente komt»

We hadden (en Willemsen had) het over de invloed van Pessoa op Nederlandse dichters: Komrij, Bernlef, Kopland. In een eigen artikel uit 1995, noemde Rob Schouten nog Arjen Duinker, K. Michel en Elma van Haren.

Anders wordt het wanneer niet de stijl en het perspectief van Pessoa doorwerken, maar een personage van hem tot held wordt verheven in een poëem. Dat gebeurt in Steven! van René Huigen, een lang gedicht uit 2005. Ik noemde het een 'personage' van Pessoa, maar dat is het niet eigenlijk. Esteves (in Portugal een achternaam, en wel één van het meest saaie soort) is de man die aan het eind van het gedicht «Tabacaria» (Sigarenwinkel) terloops verschijnt, de «Steven zonder metafysica».

Het werk Steven! van René Huigen is in Lissabon in een tweetalige uitgave verschenen, met een vertaling van mijzelf. Het voorwoord, alleen in het Portugees afgedrukt, is van Gerrit Komrij. Daarin schrijft hij (en hiermee sluit ik dit praatje af):

«Ergens onderweg moet de jonge dichter het werk van Fernando Pessoa zijn tegengekomen, de specialist in het verzinnen van nieuwe personen. Er bestaan dichters die imiteren en eeuwig epigoon blijven, er bestaan ook dichters die in het pantheon standbeelden tegenkomen waarin ze, al of niet tot hun schrik, een essentieel facet van zichzelf herkennen. 

«Het was onontkoombaar dat René Huigen met zijn jongste bundel Steven! (2005), een bundel met maar één gedicht, getuigenis zou afleggen van deze ontmoeting. Of liever, van de ontmoeting met de man die zich aan het slot van Álvaro de Campos’ Tabacaria omdraait en zwaait –

«O, ik ken hem; het is Steven zonder metafysica.

«Het wordt een zoektocht, met bijbelse, danteske en homerische accenten, archaïsch-modern, naar wat iemand beweegt ‘die zich nergens toe bewogen weet’. Wij Sigarenhandelaren kijken glimlachend toe».



* Bovenstaande tekst is geschreven en gepresenteerd door Fernando Venâncio t.b.v. de tweede bijeenkomst van Stichting August Willemsen, 26 juni 2015, in Casa Munganga. Venâncio is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

woensdag 10 juni 2015

Fernando Pessoa in de Nederlanden



Activiteit Stichting August Willemsen, 26 juni in Teatro Munganga

Nadat de Stichting August Willemsen in maart van dit jaar haar succesvolle vuurdoop kende met een avond in de geest van haar naamgever, kondigt ze nu met trots haar tweede activiteit aan. De titel van de avond, Fernando Pessoa in de Nederlanden, is niet toevallig gekozen. Het was de titel van een essay van Willemsen waarin hij de opkomst van de Portugeze dichter in de Nederlandse cultuur beschreef na publicatie van de vertaling van zijn mooiste werk in 1978. Dit werk bleek op haar beurt de aanzet te zijn van een periode van bloei van het Portugees in Nederland. Op het programma staat in ieder geval een van de meest bijzondere uitingen uit die tijd: de documentaire ‘Pessoa, de vraag op het antwoord’, van Kees Hin, K. Schipper en August Willemsen zelf.

Schrijver dezes, en tevens initiatiefnemer van de Stichting August Willemsen, is geen groot kenner van het werk van Pessoa. Ook is hij geen letterkundige. Zou dat een reden zijn om dit artikel en deze voorbeschouwing niet te kunnen schrijven? Of juist wel, met in het achterhoofd de reden waarom we de stichting zijn begonnen? Die reden is namelijk, kortweg gezegd, dat voor het Portugees in Nederland én in Vlaanderen een zieltogend bestaan dreigt en dat dat moet worden voorkomen. Er worden weinig boeken vertaald, de studie Portugese taal en letterkunde is opgeheven en het Portugees wordt door sommigen zelfs als kleine taal weggezet. En dat is rondweg zonde. Als steeds minder mensen de taal zullen beheersen, missen we prachtige literatuur. Als we, als internationaal georiënteerde economie, een taal met 250 miljoen sprekers op vier continenten, niet meer beheersen, waar blijven we dan met onze internationale ambities? Daar willen we als stichting iets aan doen. Daarom is zo’n avond over een periode rond 1980 zo interessant. Niet alleen omdat we inspirerende gasten hebben, en een bijzonder document in de vorm van een documentaire, maar ook om beter te begrijpen hoe die eerste golf van interesse in het Portugees ons land bereikte. Wat kunnen we er van leren; wat moeten we doen om weer zo’n golf op te starten?
Vanaf de jaren zeventig is het Portugese woord en geschrift in zwang gekomen in Nederland. Dit was voor het overgrote deel te danken aan het werk van Willemsen. In 1970 werd het eerste, vertaalde boek van hem gepubliceerd: een bloemlezing met verhalen uit Portugal. De jaren daarop vertaalde hij voornamelijk Braziliaanse schrijvers en dichters, maar 1978 bleek een cruciaal jaar voor de beleving van het Portugees; de publicatie van de dichtbundel ‘Gedichten’ van Pessoa sloeg in als een bom in het Nederlandse culturele leven. Niet alleen voor de lezers (uiteindelijk werden, tot 1993, er in vijf drukken zo’n 15.000 van verkocht, inmiddels zijn er 10 drukken verschenen), maar het bleek ook een grote inspiratie te zijn voor schrijvers, theatermakers, journalisten, componisten en, dus, voor documentairemakers. De film Pessoa, de vraag op het antwoord past goed in zowel de doelstelling van de Stichting August Willemsen, als in de hausse die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ontstond. In de film legt August Willemsen in diverse rollen (als docent en student, als vertaler-schrijver en acteur) uit wie Pessoa was en wat hem zo bijzonder maakt. Enerzijds is het daarmee een literair, intellectueel spel, maar anderzijds, mede door de diverse invalshoeken die gekozen worden, een toegankelijk document waarmee ook de schrijver van dit artikel een stuk dieper in het begrip en bewondering voor Pessoa terecht kwam. En, ere wie ere toekomt, tegelijkertijd ook voor de makers van de film.

Op 26 juni zal een van de gasten in ieder geval de maker van de film, Kees Hin, zijn. Hij was jarenlang innig bevriend met August Willemsen en heeft tientallen documentaires op zijn naam staan. Ook te gast is VPRO journalist Anton de Goede. De presentator van het literaire radioprogramma De Avonden noemde de film ooit dé inspiratie om Pessoa te gaan lezen. Eerder interviewde hij bovendien August Willemsen en Kees Hin.

Voor nadere informatie, like de Facebookpagina van de Stichting August Willemsen, of hou de website in de gaten van Teatro Munganga: www.munganga.nl. Daar zijn ook kaarten voor de activiteit te koop voor 10 euro. De avond begint om 20:00 uur en zal uiterlijk 22:30 zijn afgelopen.

Cartas Brasileiras weer verkrijgbaar!

Cartas Brasileiras bij ons te verkrijgen! *Nu weer beschikbaar

Uitgeverij Arte e Letra uit Curitiba, Brazilië, heeft weer een doosje boeken toegestuurd. Dus, vanaf nu verkrijgbaar: Cartas Brasileiras, de...